By browsing our site you agree to our use of cookies. You will only see this message once.

Find out more

E. Scholten - Small Bowel Preservation

Terug
 
SUMMARY

Small bowel transplantation is emerging as an alternative treatment for end stage intestinal failure. To date, immunological and technical problems are still hampering clinical success. An important factor further limiting progress is the inability to preserve intestinal grafts successfully for prolonged periods of time prior to transplantation.

Intestinal ischaemia and reperfusion injury has been the subject of publication of a limited number of papers, the majority of which emerged as conference proceedings. The ideal method for the preservation of small intestinal grafts therefore has yet to be defined.

The programme of work described in this thesis was designed to contribute to the understanding of cold ischaemic tolerance in small bowel grafts. Experimental intestinal preservation experiments were carried out in Lewis rats, to study a possible relationship between xanthine oxidase concentrations detected, allopurinol administration and functional outcome. A reliable functional model of SBT in rats was developed and its survival characteristics studied, using a single intravascular passage perfusion with cold (4°C) HCA solution as a baseline method of preservation. Using histological and histochemical staining techniques it was found that after 4 days of rcperfusion the damage to intestinal mucosa was maximal when grafts were stored for 1 hour. The brush border enzymes alkaline phosphatase and β-galactosidase were used as indicators for mucosal injury. The involvement of oxygen derived free radicals in intestinal ischaemia reperfusion injury was suggested by the histochemical staining of xanthine oxidase.

Single passage perfusion with cold (4°C) HCA solution proved unable to augment the intestinal ischaemic tolerance beyond 3 hours. When the temperature of the preservation solution however was raised to 22°C, mucosal injury was less. UW solution, normal saline and saline solution in which allopurinol was dissolved were used in experiments in which intestinal grafts were subjeeted to prolonged periods of ischaeinia up to 24 hours. Long term survival could be achieved, although only incidental, when grafts were subjected to 24 hours of cold ischaemia. With the methods of study employed it proved impossible to determine a beneficial effect of the addition of allopurinol to the preservation solution.

SAMENVATTING

Dunne darm transplantatie bij de mens is eindelijk een mogelijke alternatieve behandeling voor patiënten met het zogenaamde korte darm syndroom (diarrhee, gewichtsverlies en ondervoeding). Tot op de dag van vandaag echter staan immunologische en technische problemen nog steeds klinisch succes in de weg. Een belangrijke factor die verdere vooruitgang verhindert is de onmogelijkheid om intestinale transplantaten voor langere tijd te preserveren, voordat allogene transplantatie plaatsvindt. Echter, intestinale ischemie en reperfusie schade is onderwerp van publicatie in een beperkt aantal wetenschappelijke artikelen, waarvan het overgrote deel werd gepubliceerd als 'conference proceedings'. Dientengevolge is de ideale methode voor dunne darm preservatie is nog niet gedefinieerd. Dit proefschrift probeert een bijdrage te leveren aan kennis en begrip omtrent de ischemische tolerantie van dunne darm transplantaten.

Intestinale preservatie experimenten werden uitgevoerd bij Lewis ratten om een mogelijke relatie aan te tonen tussen de aangetoonde xanthine oxidase concentraties (een sleutel enzym bij de vorming van 'vrije zuurstofradicalen'), het toedienen van allopurinol ("remt' xanthine oxidase) en functionele uitkomst. Hiervoor werd eerst een betrouwbaar functioneel dunne darm transplantatie model ontwikkeld en de overlevingskarakteristieken hiervan bestudeerd. Een enkele intravasculaire spoeling met koude (4°C) hypertone citraat oplossing was de basis preservatie methode. Met gebruikmaking van histologische en histochemische kleuringstechnieken kon worden aangetoond dat na 4 dagen reperfusie de schade aan het dunne darm slijmvlies maximaal was in dit model, wanneer de transplantaten 1 uur bewaard werden voordat transplantatie plaatsvond. Twee enzymen van de intestinale borstelzoom (alkaline fosfatase en |3-galactosidase) werden als indicatoren van dunne darm slijmvliesschade gebruikt. De betrokkenheid van vrije zuurstofradicalen bij het ontstaan van intestinale ischemie en reperfusie schade werd gesuggereerd door aantoonbare histochemische kleuring van xanthine oxidase. Deze detectiemethode is niet eerder beschreven in relatie tot dunne darm transplantatie.

De enkele intravasculaire spoeling met koude (4°C) HCA oplossing bleek onvoldoende om de dunne darm transplantaten langer dan 3 uur te bewaren voordat transplantatie plaatsvond. Toen echter de temperatuur van de oorspronkelijke spoelingsvloeistof werd verhoogd tot 22°C, voordat het transplantaat koud bewaard werd, bleek dat er minder ischemische schade
Powered By: webCiters