By browsing our site you agree to our use of cookies. You will only see this message once.

Find out more


Hoge Raad: hulpverlener en ziekenhuis niet aansprakelijk voor schade door PIP-implantaat

Terug
23 juni 2020     

Hoge Raad: hulpverlener en ziekenhuis niet aansprakelijk voor schade door PIP-implantaat

De Hoge Raad heeft vorige week (19 juni 2020) twee belangrijke beslissingen genomen in het kader van medische aansprakelijkheid. De Hoge Raad heeft in de zaak rondom PIP-implantaten als antwoord op aan haar gestelde vragen aangegeven dat hulpverleners (artsen) of ziekenhuizen niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade door het plaatsen van een PIP-implantaat, dat industriële siliconen bevatte. Het plaatsen van PIP-borstimplantaten, waarmee gefraudeerd is door de producent, levert weliswaar een tekortkoming op in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst, maar dit kan niet worden toegerekend aan de hulpverlener of – als gevolg van de centrale aansprakelijkheid – aan het ziekenhuis.
De beslissing is hier na te lezen.

De tweede beslissing, waarbij de Hoge Raad in cassatie het vonnis van het Hof heeft vernietigd, heeft betrekking op complicaties ontstaan door het gebruik van een 'Miragelplombe' bij een oogoperatie (netvliesloslating) in het Radboudumc. Vraag was er of sprake is van een tekortkoming, indien een product is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is, maar op grond van latere medische inzichten niet langer als geschikt wordt gezien. De Hoge Raad heeft besloten dat dit niet als tekortkoming kan worden gezien. Met andere woorden: naderhand verkregen of nieuwe medische inzichten kunnen niet als tekortkoming worden gezien, als die op het moment van handelen nog niet bekend waren. De uitspraak over het gebruik van Miragelplombe is hier terug te vinden.

Beide zaken gaan nu terug naar het Hof. Het Hof zal, met inachtneming van de beslissing van de Hoge Raad, vonnis gaan wijzen in beide zaken. Het is niet bekend op welke termijn dit te verwachten is.

Frauduleuze PIP-implantaten
PIP-implantaten zorgen tien jaar nadat bekend werd dat de fabrikant op grote schaal fraudeerde met industriële siliconen, nog steeds voor de nodige ophef en juridisch getouwtrek. De procedure bij de Hoge Raad ging over de vraag of een hulpverlener of een ziekenhuis aansprakelijk is voor de door een patiënt geleden schade, die is ontstaan doordat de hulpverlener bij de uitvoering van een geneeskundige behandelingsovereenkomst een implantaat heeft geplaatst dat ongeschikt is gebleken. De zaak in hoger beroep was aangespannen door een vrouw bij wie in maart 2000 een zogeheten PIP-implantaat was geplaatst. Deze borstprotheses werden vanaf begin 2000 tot april 2010 wereldwijd veelvuldig gebruikt bij borstvergrotingsingrepen. Toen in 2010 de fraude aan het licht kwam, werden deze implantaten niet meer gebruikt en uiteindelijk ging de fabrikant failliet.

Uit de beslissing van vorige week blijkt dat de Hoge Raad van oordeel is dat een arts en een ziekenhuis niet aansprakelijk zijn voor de schade door een gebrekkig PIP implantaat, hoewel er wel sprake is van een tekortkoming van hun kant. De Hoge Raad omschrijft dit als volgt: “De Hoge Raad heeft beslist dat het gebruik van een PIP-implantaat waarmee is gefraudeerd, maakt dat het ziekenhuis de medische behandelingsovereenkomst niet goed heeft uitgevoerd (het levert wat de wet noemt een ‘tekortkoming’ op). Dan is uitgangspunt dat een gebrek aan een bij de uitvoering gebruikte zaak – zoals hier het implantaat – voor rekening komt van de partij die de zaak heeft gebruikt, hier dus het ziekenhuis. Maar als het gaat om deze PIP-implantaten is de Hoge Raad van oordeel dat de tekortkoming niet aan het ziekenhuis kan worden ‘toegerekend’ en daarmee niet voor rekening van het ziekenhuis komt. Het ziekenhuis is dus niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de door de fraude veroorzaakte ondeugdelijkheid van de PIP-implantaten." 

Powered By: webCiters