By browsing our site you agree to our use of cookies. You will only see this message once.

Find out more


Jaargang 5 Nummer 1

Terug
Nieuwsbrief NVPC 2001 Jaargang 5 Nummer 1

Online: De nieuwe website
Al te lang is er niets bijgewerkt aan de website www.nvpc.nl dat heeft U vast allemaal zelf ook vast gesteld. Dat heeft uiteraard met mijn inzet te maken, het eind van de opleiding is in zicht, maar vooral met door te voeren vernieuwingen.

Webciters

Al langere tijd waren we op zoek naar een firma die ons kon helpen alle gegevens van de Plink-site in een database te stoppen. Dat maakt het beheren een stuk eenvoudiger, (ik heb nu soms zelf moeite de weg te vinden) maar maakt vooral een zoekopdracht binnen de site een stuk eenvoudiger. In de firma Webciters.com hebben we een partner gevonden die nu de site restyled en aanpast aan wat we er van verwachten.

Meer verenigings info
Het moet dan ook voor Carla makkelijker zijn allerlei informatie aan de (privé-)site toe te voegen zonder zelf Internet kennis te hebben. De adres gegevens kunnen beter worden bij gehouden. De notulen vrijwel direct beschikbaar. En ook hopen we sneller in te kunnen spelen op wat er in de media speelt. Door bijvoorbeeld een bestuursstandpunt over zaken snel beschikbaar te maken via de site.

April 2001
Het is de bedoeling dat in de maand april de nieuwe versie van de website beschikbaar wordt. We ontvangen dan graag van U commentaar om snel in te spelen op de verwachtingen.

De volgende keer (als ik nog redactielid ben tenminste?!) iets over digitale fotografie en archivering, dan vanuit Knokke.

Ivar van Heijningen,
vanheijningen@nvpc.nl


WE ZIJN ZO LEEG

Het nieuwe motto bij esthetisch Nederland is vullen.
Spuitje hier, spuitje daar, en hopla allemaal klaar.
Vullen met vloeibaar, vullen met vast, vullen zullen we.

Eigenlijk spuiten we te weinig. Het is toch ook van de zotte
dat spuiten alleen door 'ervaren' plastici zou mogen. Wat
hebben die nou voor 'druk' ervaring met spuiten. Geen
enkele junk is plasticus geworden en je opleider spuitte
per definitie niet want academische klinieken hebben een
allergie voor scherpe dingen. Een kind kan de was doen:
spuit vast pakken, in het vel steken en drukken….
Is daar nou al die ophef over? Natuurlijk moet iedereen
die spuiten erin jassen, hoeven wij dat domme werk niet
meer te doen. Live Fill, of Old Fill, of Me Fill, of You fill,
laat ze de zakken maar vullen.

Ik ben blij met de nieuwe rage. Spreekuren zitten vol.

"Waar komt U voor?" vraag ik.
"Ik wil die groene streep over mijn gezicht laten verwijderen."
"Ja, ontsierend is die wel" zegt haar man.
"Hoe komt u eraan?" vraag ik
"Hoe kom ik eraf" zegt zij.
"Ik wou jonger worden in de 'Dikkere Lippen Kliniek Finessa'"
"Fluitje van een cent, zei die arts, en vroeg wat biljetten en voor
dat ik het wist zat er zo'n spuit in mijn gezicht."
"Nu wil ik graag van het litteken af dokter, kan dat?"

Tja…………wie denkt de ingreep te kunnen(dermatologen, loodgieters
huisartsen en timmerlui) moet ook zijn complicaties kunnen oplossen.

En, geachte inspectie(ze krijgen tegenwoordig ook een nieuwsbrief exemplaar),
als het blijkt dat wie dan ook niet zijn eigen complicaties kan oplossen…
zal hij of zij wel zijn grenzen van zijn vakgebied overschreden hebben.

En, geachte inspectie, als specialisten hun nauwe grenzen overschrijden
krijgen ze binnen de kortste keren een waarschuwing of berisping.
Maar elke Klojo die een cent probeert te verdienen met onzin zonder
enige opleiding "gets away with murder".

Letterlijk en figuurlijk.

Bestuur, Commissies,

Doe is wat!

David Wijnberg


Richtlijnen: (g)een probleem voor onze vereniging?

Eén van de speerpunten van het medische kwaliteitsbeleid van het ministerie van VWS en de Orde van medisch specialisten is het ontwikkelen en implementeren van medisch-specialistische richtlijnen. Een richtlijn is een "binnen de beroepsgroep overeengekomen gedragslijn voor gepaste zorg, die zoveel mogelijk gebaseerd is op de wetenschappelijke inzichten uit systematisch en actueel klinisch wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit en doelmatigheid van de beschikbare alternatieven, rekening houdend met de situatie van de patiënt". Een richtlijn kan worden gebruikt als maatstaf voor verantwoorde zorg. In het kader van de Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst (WGBO) dienen specialisten hun medisch handelen te kunnen verantwoorden maar behouden zij tegelijkertijd een professionele autonomie. Dit betekent dat onder bepaalde omstandigheden van een richtlijn kan, of soms zelfs moet, worden afgeweken. Daardoor verschilt de richtlijn van een protocol, waarvan in de regel niet afgeweken mag worden. Het is geenszins de bedoeling dat er door de ontwikkeling van richtlijnen een soort 'kookboek'-geneeskunde ontstaat.

In de 'Meerjarenafspraken curatieve zorg' heeft de Orde met het ministerie van VWS afspraken gemaakt over de intensivering van inzet en middelen (6,8 miljoen gulden per jaar) ten behoeve van de ontwikkeling van "evidence-based" richtlijnen. Net als andere wetenschappelijke verenigingen wordt de NVPC hierdoor in de gelegenheid gesteld om twee medisch-specialistische richtlijnen op kosten van het ministerie te gaan ontwikkelen en te implementeren. Er werd overeengekomen dat de Orde hierbij het voortouw zou nemen en de verenigingen de instrumenten voor deze ontwikkeling en implementatie zou bieden. Hiervoor werd onder meer een cursus "Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling" opgezet, waaraan namens de NVPC tot nu toe door collega Werker en mij werd deelgenomen. Meerdere van deze vierdaagse cursussen zullen volgen en het bestuur streeft ernaar om hieraan steeds twee plastisch chirurgen te laten deelnemen. Van de vereniging wordt verwacht dat zij een (of meerdere) werkgroep(en) ter ontwikkeling van de richtlijn(en) in het leven roept.

Het bestuur vraagt u, mee te denken over mogelijke onderwerpen voor de richtlijnen of u zelfs op te geven voor deelname aan een werkgroep binnen onze vereniging. Neem contact op met collega Werker of mij zodat wij tijdens de komende huishoudelijke vergadering hieraangaande enige voorstellen kunnen doen.

dr J.Joris Hage
vice-voorzitter

KRASSE UITSPRAKEN
Onlangs mochten we ons als NVPC verheugen in onvervalste polemiek van hoog niveau -ons vakgebied betreffende- in het tijdschrift Panorama. Enkele collegae lieten zich verleiden tot onvervalste scheldkanonnades, waar de desbetreffende journalist van moet hebben gesmuld. De vraag is wat de motivatie was om aan een dergelijk artikel mee te werken. Is dit oprechte compassie met een mogelijk niet juist voorgelichte patiënt? Is dit broodnijd? Of doet het er niet toe hoe u in het nieuws komt, als u maar in het nieuws komt?

U kunt voor vele strategieën kiezen bij het geven van een interview, dat is duidelijk, maar doe dat niet namens de NVPC!!!! Noem uzelf geen "subbestuurslid" of iets dergelijks.

Wij zijn een wetenschappelijke vereniging, laten we ons ook zo presenteren.

Chantal van der Horst

‘Van de juniorvereniging…’
Een nieuw geluid

Een nieuwe lente, een nieuw geluid: het zojuist aangestelde bestuur van de junior vereniging plastische chirurgie (jvpc) is voornemens elke nieuwsbrief een geluid te laten horen. Het bestuur hoopt met de vaste rubriek ‘van de juniorvereniging…’ de leden van de jvpc èn de nvpc te informeren over ledenactiviteiten, visies, ontwikkelingen en achtergronden van zaken die ons allen aangaan.

Ralph Franken en Peter Don Griot, respectievelijk voorzitter en commissaris ONE, werden bedankt tijdens een diner voor hun bewezen diensten binnen het bestuur van de jvpc. Zij hebben veel en goed werk verzet waarvoor wij hen dank zijn verschuldigd.

Recent werden gezamenlijk de standaardwerken van Achauer en Green ingekocht onder wel zeer voordelige voorwaarden. In de zomer zal nog een actie volgen rondom Lister, dan wordt een nieuwe druk verwacht. Wellicht is er ook interesse voor Pechlaner. Bericht per achternaam@nvpc.nl volgt.

Naast het ‘vullen’ van deze rubriek heeft het verjongde bestuur nog een aantal andere fantastische plannen in petto. Het voornemen is de communicatie met en tussen de leden onderling te verbeteren door actiever gebruik te maken van de achternaam.@nvpc.nl-mailadressen. Moge ik hiertoe alle leden verzoeken via vanheijningen@nvpc.nl een password aan te vragen? Zie hiervoor eventueel ook eerdere uitgaven van de nieuwsbrief. Het ligt in de bedoeling vanaf heden zoveel mogelijk via e-mail te corresponderen. Vanaf de zomer zal uitsluitend digitaal van gedachten worden gewisseld.
Daarnaast wordt gewerkt aan het openen van een site met handige informatie.

De afgelopen weken heeft het bestuur aandacht besteed aan het onderhandelaarsaccoord ‘arbeidsvoorwaardenregeling medische specialisten in dienstverband in algemene ziekenhuizen’(‘AMS’), te zien als het (vooralsnog niet goedgekeurde) CAO. Hieronder treft u de brief aan die wij aan de LAD schreven. Het accoord kan van invloed zijn op de ontwikkelingen rondom het ‘diagnose behandel combinatie’-honoreringssysteem zodat reacties als deze op voorstellen als de HAMS en AMS naar onze mening van belang zijn.

Het bestuur wordt door u graag gevoed. Tot de volgende nieuwsbrief. Gegroet,

Hein ter Linden, Zwolle
Voorzitter JVPC

Landelijke Vereniging van Artsen in Dienstverband
Ter attentie van de Weledelgestrenge Heer
Mr A.W.J.M. van Bolderen
Delegatieleider AMS
Postbus 20058
3502 LB Utrecht

Weledelgestrenge Heer,

Het onderhandelaarsaccoord ‘AMS’ hebben wij bestudeerd. Na bezoek aan enkele ledenraadplegingen in den lande en gehoord hebbende de meningen van het merendeel onzer leden zou het Bestuur van de Junior Vereniging Plastische Chirurgie (JVPC) u de bezwaren tegen het accoord willen beargumenteren.

Ontegenzeggelijk is over het behaalde onderhandelingsresultaat ook veel positiefs te schrijven. Zo zal de tot op heden ondergewaardeerde positie van een groot deel van de reeds gevestigde specialisten in dienstverband in algemene ziekenhuizen er duidelijk op vooruit gaan en waarborgt de regeling een voldoende mate van vrijheid in het uitoefenen van het vak. Voor deze en andere goed uitonderhandelde zaken spreekt het bestuur van de JVPC graag zijn waardering uit.

Met de volgende onderhandelaarsaccoorden kunnen wij echter niet instemmen:

1. Artikel 3.2.2.: de salarisstructuur met de zes treden is ons een doorn in het oog. Het getuigt van onderwaardering ten opzichte van de reeds afgelegde weg van de startende specialist. Het is een structuur die niet als concurrerend met de vrijgevestigde specialist gezien kan worden, zoals u en de uwen wel beweren. Dat geldt met name voor de eerste 6 jaar na indiensttreden. Gezien het gemiddelde aantal jaren actieve uitoefening van het vak als specialist van ongeveer 25 jaar achten wij 6 jaar een te lange periode.

2. Artikel 3.5.1.: het is voor ons niet aanvaardbaar dat het bestuur van een ziekenhuis kort gezegd een specialist kan verbieden nevenwerkzaamheden te verrichten. Er is uiteraard enige nuancering aangebracht, maar uiteindelijk heeft het ziekenhuisbestuur hier te veel zeggenschap over.

3.Het is U niet ontgaan dat de belangenvereniging van toekomstig medisch specialisten, de Jonge Orde, zijn oorsprong vindt in de groeiende onvrede onder de toekomstig specialisten over het feit dat deze niet onaanzienlijke groep te weinig actief betrokken wordt in de onderhandeling en totstandkoming van acccoorden als de HAMS en nu de AMS. Het is vreemd en onwenselijk te noemen dat de toekomstig medisch specialist niet mede aan de basis staat van onderhandelingen die van grote invloed kan zijn op zijn nabije toekomst.
Nogmaals benadrukken wij dat het onderhandelaarsaccoord in veel opzichten lovenswaardig is. Maar gezien de bovengenoemde bezwaren kan het accoord in deze vorm onze goedkeuring niet wegdragen. U zou ons zeer verplichten enige aanpassingen in overweging te willen nemen.
Contact met de Jonge Orde leert ons dat zij u gaarne hierbij van dienst wil zijn. Het merendeel van de leden van de JVPC is tevens lid van deze Orde en voelt zich door haar goed vertegenwoordigd.

Graag zien wij uw reactie tegemoet.
Met alle hoogachting en vriendelijke groet, tekenen,

R.A.E.C. Hermens Voorzitter JVPC
Secretaris JVPC H. ter Linden

VAN DRIPS NAAR A.I.R., IS ER HOOP?

In september 2000 is er een rapport verschenen betreffende de haalbaarheidstudie "opzet en onderhouden van een algemeen implantaten register" van het Nederlands Normalisatie Instituut. In 1998 is er voor de DRIPS een overbruggingsfinanciering beschikbaar gesteld, onder de afspraak dat de overbruggingsperiode gebruikt zou worden voor de totstandkoming van een algemeen implantaten register, waarin de DRIPS en de LROI (Landelijke Registratie van Orthopedische Implantaten) op zouden moeten gaan.
Voor de DRIPS was de financiering voldoende om tot en met het jaar 2000 te kunnen blijven registreren.
De conclusies in het rapport van de genoemde haalbaarheidstudie toonde aan dat er een breed draagvlak is van de betrokken instanties voor het bestaan van een algemeen implantatenregister. Behoudens de in het rapport genoemde "tracability" is de DRIPS-commissie van de NVPC van mening dat met name ook de complicatieregistratie een belangrijk punt is, waarmee de kwaliteit van de zorg kan worden gediend.
De DRIPS-commissie heeft in november 2000 in een brief gericht aan dr. E. Borst-Eilers, de noodzaak van continuering van de financiering voor een implantatenregister nogmaals aangegeven, mede gezien de recente problemen van de prothesen met alternatieve vullingen.
Recent heb ik van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bijgevoegde brief ontvangen, welke voor zichzelf spreekt.
De DRIPS-commissie is van mening dat onverkort moet worden geregistreerd. De voor de DRIPS geleverde software voor de registratie is hier uitermate voor geschikt. Het is een gebruiksvriendelijk programma, welke met een minimale inspanning uwerzijds een optimale implantatieregistratie in uw praktijk mogelijk maakt. De DRIPS-commissie is van mening dat iedere plastisch chirurg hierin zijn verantwoordelijkheid dient te nemen en dat er geen plaats is voor excuses als tijdgebrek, onvoldoende automatisering en in de laatste plaats een fatalistische houding dat "het toch nooit wat wordt met de DRIPS en/of een Algemeen Implantaten Register".
Aan het niet-registreren zijn, zoals u weet, nog geen consequenties verbonden. In de toekomst valt te denken aan het feit dat registratie als kwaliteitseis wordt meegenomen bij visitatie van uw praktijk in die zin, dat het niet registreren gemeld wordt bij de MSRC. Ook valt te denken aan vermelding van de praktijken die registreren op de website van de NVPC.
Kortom: blijf registreren in het kader van het te zijner tijd voortzetten van de DRIPS in een Algemeen Implantaten Register, zodat kostbare informatie niet verloren gaat.
Bij nadere bijzonderheden aangaande het voortzetten van de DRIPS in een Algemene Implantaten Register hoort u wederom van mij.

Mede namens Margot Lemmen en Vito Koeijers,

Werner Beekman, voorzitter DRIPS-commissie

DBC’s

Zoals u weet, zal het medisch specialistisch werk in de nabije toekomst beschreven worden in de vorm van zogenaamde Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s). Invoering is eenzijdig door Minister Borst vastgesteld op 01-01-2003.
In de laatste maanden van 2000 werd de voorlopige DBC-lijst voor Plastische Chirurgie - zoals opgesteld door Collega’s de Bruijn en Stevens van de Commissie Product Typering -reeds op vrijwillige basis in diverse ziekenhuizen geëvalueerd. Aan de hand van de opgedane ervaringen is de lijst vervolgens bijgesteld.
Inmiddels wordt deze bijgestelde lijst in de zogenaamde “koploper” ziekenhuizen (zie onderstaande lijst) uitgebreid getest. Deze test zal het gehele jaar in beslag nemen. Op de plastisch chirurgen in betreffende ziekenhuizen rust dus mede de verantwoordelijkheid voor het samenstellen van een voor onze beroepsgroep zo gunstig mogelijke lijst DBC’s. Ook Plastisch Chirurgen in andere ziekenhuizen kunnen in overleg met de Commissie Product typering op vrijwillige basis meedoen met de koploper ziekenhuizen. Hoe meer gegevens hoe beter. Namens de Commissie Product typering zou ik nog eens op het belang van een ieders input willen wijzen. Nu kunt u nog uw invloed uitoefenen, straks niet meer.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Hans de Bruijn (debruijn@introweb.nl) of Jeroen Stevens (dr.stevens@bigfoot.nl).

A.B. Mink vd Molen

MCA - Alkmaar - Noord-Holland

Eemland Ziekenhuis - Amersfoort - Utrecht

OLVG - Amsterdam - Noord-Holland

Reinier de Graaf - Delft - Zuid-Holland

Albert Schweitzer - Dordrecht - Zuid-Holland

Nij Smillinghe - Drachten - Friesland

Medisch Spectrum Twente - Enschede - Overijssel

Rivas - Gorinchem - Zuid-Holland

Spaarne Ziekenhuis - Haarlem - Noord-Holland

Atrium - Helmond - Noord-Brabant

Ziekenhuis Hilversum - Hilversum - Noord-Holland

Zorggroep Noorderbreedte - Leeuwarden - Friesland

Diaconessen Ziekenhuis - Leiden - Zuid-Holland

IJsselmeerziekenhuis - Lelystad - Flevoland

Diaconessen Ziekenhuis - Meppel - Drente

St. Antonius Ziekenhuis - Nieuwegein - Utrecht

St. Maartenskliniek - Nijmegen - Gelderland

Laurentius Ziekenhuis - Roermond - Limburg

St. Franciscus Gasthuis - Rotterdam - Zuid-Holland

Ziekenhuis Rivierenland - Tiel - Gelderland

St. Elisabeth Ziekenhuis - Tilburg - Noord-Brabant

St. Jans Gasthuis - Weert - Limburg

De Heel Zaandam - Noord-Holland

Bewaartermijn Medische Gegevens

In de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) is een maximum bewaartermijn van medische gegevens opgenomen. Deze maximale bewaartermijn is in principe 10 jaar, waarna in beginsel de medische gegevens vernietigd zouden moeten worden. Deze bepaling treedt in 2005 volledig in werking. Momenteel mogen gegevens ouder dan 10 jaar wel vernietigd worden, maar tot op heden bestaat daartoe nog niet de plicht.

Vooruitlopend op het in werking treden van de wet zijn sommige instellingen al overgegaan tot het uitvoeren van vernietiging na 10 jaar. Dit heeft tot onrust geleid onder artsen en onderzoekers. Gevreesd wordt dat de vernietiging van gegevens nadelig zal zijn, zowel voor de behandeling van de individuele pati?nt als voor de mogelijkheid om wetenschappelijk onderzoek te doen.

Naar aanleiding van bovenstaande wordt nu op initiatief van de Gezondheidsraad en in samenwerking met de KNMG en de wetenschappelijke verenigingen het volgende onderzocht: 1. in hoeverre is het wenselijk dat gegevens langer worden bewaard dan 10 jaar en 2. op welke wijze is een eventuele langere bewaartermijn inpasbaar in de wet Wgbo.

De wetenschappelijke verenigingen wordt daarom gevraagd per sector van het vakgebied aan te geven wat volgens goed hulpverlenerschap realistische bewaartermijnen zijn. De NVPC heeft zich op het standpunt gesteld, dat het wenselijk is om gegevens langer dan 10 jaar te bewaren bij de volgende pati?nten groepen:

1.Alle pati?nten, waarbij een prothese of implantaat is ingebracht (mammaprotheses, vinger gewrichten etc)
2.Alle pati?nten, die worden gezien of behandeld voor een congenitale afwijking (schisis, craniofaciale afwijkingen, aangeboren hand en voetafwijkingen etc.).
3.Alle pati?nten, waarbij een kwaadaardige tumor is geconstateerd of verwijderd.
4.Alle functieherstellende ingrepen
5.Alle microchirurgische reconstructies (replantatie van lichaamsdelen, vrije weefsel transplantaties).

Met betrekking tot bovenstaande heeft de NVPC een brief doen uitgaan aan de KNMG. Mocht U belangrijke aanvullingen hebben op onze lijst, dan vernemen wij dat graag. De verdere ontwikkelingen zullen we moeten afwachten. In de tussentijd is het verstandig om bij uw ziekenhuis of kliniek te informeren naar gehanteerde bewaartermijnen en - hangende het definitief in werking treden van dit onderdeel van de wet Wgbo - zo nodig actie te ondernemen.

A.B. Mink van der Molen

ANNONCE

Cerebral Palsy; reconstructive surgery of the upper extremity

Woensdagmiddag 9 mei 2001 zal de premi?re plaatsvinden van een voorlichtingsfilm over de chirurgische behandeling van de bovenste extremiteit bij infantiele encephalopathie. De film is gemaakt in opdracht van het handenteam AMC / de Trappenberg en is een co-productie van de afdeling plastische chirurgie en de afdeling revalidatie in het AMC. De film is bedoeld om revalidatie artsen en assistenten, fysio- en ergotherapeuten, pati?nten en familie vertrouwd te maken met de principes en het proces van een chirurgische ingreep aan de arm bij deze aandoening.
De premi?re van de film is gratis en staat open voor ge?nteresseerden. U kunt zich hiervoor aanmelden bij het secretariaat plastische chirurgie in AMC (telnr. 020-5662974).

M. Kreulen

'Goed voor uw academische vorming:
een paar maanden als staflid plastische chirurgie
functioneren in het UMC Nijmegen'

Inlichtingen Prof. dr. P.H.M. Spauwen
tel: 024-3615242
fax: 024-3619593

Powered By: webCiters